Controleer de fopspeen nauwkeurig voor elk gebruik. Trek er in alle richtingen aan. Gooi de fopspeen weg zodra u beschadigingen of zwakke plekken ziet. Gebruik alleen speciale fopspeenhouders getest volgens EN 12586. Bevestig nooit andere linten of koorden aan een fopspeen. Uw kind kan zich erdoor verwurgen. Laat een fopspeen niet in direct zonlicht liggen of bij een warmtebron, en ook niet langer dan aanbevolen in een desinfecteermiddel ('sterilisatieoplossing'), omdat de speen hierdoor kan verzwakken. Doop de speen nooit in zoete substanties of medicatie, dit kan tandbederf bij uw kind veroorzaken. Vervang de speen na een tot twee maanden gebruik vanwege de veiligheid en hygiëne. Als de speen klem komt te zitten in de mond NIET IN PANIEK RAKEN; de speen kan niet doorgeslikt worden en is ontworpen om in zo een geval verwijderd te kunnen worden. Haal de speen zo voorzichtig mogelijk uit de mond.